Bifosfonaten

Moderators: Team, Superuser, Angela, Sanne

Bifosfonaten

Berichtdoor Jolande » wo 12 aug 2015, 15:25

Hallo,

Ik heb een vraag over de bifosfonaten. Dees, je schreef eerder op dit forum dat dit middel alleen de kans op botuitzaaiingen verkleint bij vrouwen na de overgang maar in dat artikel van de NRC staat het toch echt anders vermeld: kans op botkanker als nasleep bij borstkanker vermindert met 17%, en bij vrouwen die de overgang al gehad hebben is dit zelfs 28%. Dan slaat die 17% toch op vrouwen die nog niet in de overgang zijn?
Jolande
 



Re: Bifosfonaten

Berichtdoor Dees » wo 12 aug 2015, 16:49

Hoi Jolanda, kranten interpreteren nogal vrij. Botkanker is een andere ziekte. Het gaat om botuitzaaiingen van borstkanker.28% minder betekent dat het in plaats van 8,8% procent kans op botuitzaaiingen 6,6% is bij postmenopausale vrouwen. 17% zou dan voor de gehele groep zijn (maar dat is niet significant dus betekent dat dat eventuele verschillen aan toeval toegewezen kunnen worden) en 28% minder betekent ongeveer een kwart minder en dat zou dan voor de vrouwen zijn die al door de overgang zijn.

Hier staat het originele artikel.

We received data on 18 766 women (18 206 [97%] in trials of 2–5 years of bisphosphonate) with median follow-up 5·6 woman-years, 3453 first recurrences, and 2106 subsequent deaths. Overall, the reductions in recurrence (RR 0·94, 95% CI 0·87–1·01; 2p=0·08), distant recurrence (0·92, 0·85–0·99; 2p=0·03), and breast cancer mortality (0·91, 0·83–0·99; 2p=0·04) were of only borderline significance, but the reduction in bone recurrence was more definite (0·83, 0·73–0·94; 2p=0·004). Among premenopausal women, treatment had no apparent effect on any outcome, but among 11 767 postmenopausal women it produced highly significant reductions in recurrence (RR 0·86, 95% CI 0·78–0·94; 2p=0·002), distant recurrence (0·82, 0·74–0·92; 2p=0·0003), bone recurrence (0·72, 0·60–0·86; 2p=0·0002), and breast cancer mortality (0·82, 0·73–0·93; 2p=0·002). Even for bone recurrence, however, the heterogeneity of benefit was barely significant by menopausal status (2p=0·0 6 for trend with menopausal status) or age (2p=0·03), and it was non-significant by bisphosphonate class, treatment schedule, oestrogen receptor status, nodes, tumour grade, or concomitant chemotherapy. No differences were seen in non-breast cancer mortality. Bone fractures were reduced (RR 0·85, 95% CI 0·75–0·97; 2p=0·02).


Kortom, het slikken van botversterkers had in de totale groep weinig effect op sterfte tgv borstkanker of terugkeer van ziekte, maar wel op het krijgen van botuitzaaiingen. Bij premenopausale vrouwen had het slikken van botversterkers geen effect op de resultaten, maar bij de groep postmenopausale vrouwen was er duidelijk effect op terugkeer van ziekte, het krijgen van uitzaaiingen op afstand, het krijgen van botuitzaaiingen en sterfte tgv borstkanker.

Meer kan ik er niet van maken.
Groeten, Dees
Gezondheidswetenschapper (Gezondheidsvoorlichting en Geestelijke Gezondheidkunde) * Gewerkt in farmaceutische industrie oncologie o.a. op het gebied van borstkanker * Zelf diagnose borstkanker op 36-jarige leeftijd (2007) * www.caseofdees.wordpress.com
Avatar gebruiker
Dees
Beheerder
 
Berichten: 4467
Geregistreerd: di 15 mei 2012, 08:27



Keer terug naar Augustus 2015

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast